tufting with others

                “Op een geven moment moet je weer naar je voeten toe”

 

De geest wordt vaak boven ons lijf verheven. (In de zin dat we vaak via ons hoofd moeten werken. Een simpel voorbeeld is achter de computer werken waarbij je haast vergeet dat je een lijf hebt of het middelbare schoolsysteem waarbij je als je geluk hebt twee uur in de week je lijf fysiek gebruikt hoewel het hier in mijn herinneringen ook meer om prestatie ging dan bewustwording van ons lijf.)

Met mijn kunst ben ik denk ik altijd wel in de basis opzoek naar een soort balans tussen lijf en geest. Daar zit voor mij een bepaalde waarde in, in de simpelheid (maar eigenlijk ook complexiteit) van het fysieke voelen en van het ‘zijn’.

Handwerken (in dit geval hand-tuften) is voor mij een manier om het lichaam te verbinden aan object.

Op het moment dat de ander zich fysiek tot mijn objecten verhoudt, bestaat het in zijn volledigheid.

In dit werk zoek ik naar het samen beleven, in combinatie met de fysieke handeling die ons verbindt. Waarom voelt gezamenlijkheid voor mij zo belangrijk, het gevoel van essentie of bevestiging?          Wat betekent samen?